Poker Glossary VI
A-B | C-D | E-I | J-O | P-R | S | T-Z
Scare Card — Elke kaart die op de turn of de river komt die een betere hand kan maken bij één van jouw tegenstanders, terwijl jij tot dit punt de beste hand had. De meest gebruikelijke scarecards zijn de derde kaart voor een flush of de derde kaart voor een hoge straat. Ook wanneer er een kaart paart op tafel (‘het board pairt’), kan iemand zijn full house hebben gemaakt. Bijvoorbeeld, wanneer je een set hebt en er komt een derde harten op tafel, dan kan iemand zijn flush hebben gemaakt; of wanneer je een flush hebt en het board paart op de river, dan kan één van je tegenstanders zijn full house hebben gemaakt.
Second Pair — Wanneer je de tweede hoogste kaart op tafel hebt gepaard in combinatie met jouw hole card, dan heb je een ‘second pair’ (het tweede paar). Ook vaak ‘middle pair’ genoemd wanneer de op één na hoogste kaart op tafel wordt gepaard op de flop. Bijvoorbeeld, als je aas-vrouw hebt en de flop is koning, een vrouw en een acht, dan heb je second- of middle pair.
Sell — Gebruikt in de context ‘Sell a hand’ of ‘selling a hand’ (een hand verkopen). Een hand verkopen (sell) betekent een kleinere bet plaatsen dan normaal wanneer je een erg sterke hand hebt zodat de tegenstander callt of zelfs raiset en jij meer kunt winnens.
Semi-Bluff — Een bet plaatsen wanneer je hand hebt die niet per se de beste hand hoeft te zijn op dat moment, maar wel een goede kans heeft om te verbeteren naar de beste hand. Wanneer je een semi-bluff plaatst hoop je meestal dat je tegenstander foldt, maar je hebt nog steeds een goede kans om te winnen door je hand te verbeteren bij een volgend inzetrondes wanneer er toch gecalld wordt. Een bet op de river is nooit een semi-bluff, omdat je altijd je hand nog moet kunnen verbeteren om het een semi-bluff te noemen.
Set — Three of a kind (drie dezelfde kaarten) met twee van de drie kaarten in je hand. Wanneer er twee kaarten van dezelfde waarde op tafel liggen en je hebt er één in je hand, dan heet dit geen set, maar trips.
Short Stack — Als je de kleinste, of één van de kleinste stacks of chips aan tafel hebt. Wordt vaak gebruikt in het toernooispel om een speler te omschrijven die in gevaar is om te worden uitgeschakeld door de hoge blinds.
Showdown — Het einde van een hand wanneer alle speler hun hand moeten laten zien om te bepalen wie de winnaar is. In het geval dat er iemand bet en er niemand is die callt, is er geen showdown. Bijvoorbeeld, ‘Om te winnen moet je de beste hand laten zien bij de showdown’ of ‘Na de showdown pakte ik mijn chips en vertrok.’
Side Pot — Een pot die gecreëerd wordt waar een speler geen aandeel in heeft, wanneer die speler niet meer genoeg chips heeft. Bijvoorbeeld: Al bet $ 6, Beth callt de $ 6, en Carl callt, maar hij heeft nog maar $ 2 over. Er wordt een sidepot van $ 8 gecreëerd die Al of Beth kan winnen, maar Carl niet. Carl kan echter wel al het geld in de originele of 'main'-pot winnen.
Slow Play — Een sterke hand checken of callen met de bedoeling je tegenstander te laten denken dat je een slechte hand hebt en/of om hem meer geld in de pot te laten stoppen..
Small Blind (kleine blind) — De kleinste van de verplichte inzetten die geplaatst moeten worden in een Texas Hold’em of Omaha-spel, die ingezet moeten worden nog voordat de kaarten zijn gedeeld. De small blind wordt ingezet door de eerste persoon links van de dealer of de ‘button’ en is doorgaans gelijk aan de helft van de big blind (grote blind) en/of de helft van de kleinste verplichte inzet in een limit-spel. Bijvoorbeeld, in een 4 /8 spel zal de small blind 2 zijn en de big blind 4.
Smooth Call — Een bet callen. Vaak gebruikt als je een sterke hand hebt en probeert meer actie achter je of in een latere ronde te krijgen. ‘Hij flopte de hoogst mogelijke straight, maar smooth-callde om mij erin te luizen.’
Split Pot —Als twee of meer spelers een gelijkspel hebben met de beste hand van vijf kaarten, wordt de pot evenredig verdeeld tussen de winnende spelers.
Split Two Pair — Een hand waarbij je beide ‘hole cards’ paart op het board. Een hand met een paar op het board en een paar in je hand is geen split two pair, maar gewoon two pair.
Spread limit — Bijna alleen gebruikt in Texas Hold’em en zelfs daar ook maar zelden. In een spread-limit spel zijn de inzetlimieten niet zoals bij een limit-spel, maar kan er in een bepaalde ‘spread’ ingezet worden. Bijvoorbeeld, in een 2 – 10 spread limit-spel, kan er ingezet worden van 2 tot 10. Elke raise moet nog steeds gelijk zijn aan de vorige bet, dus wanneer een speler 5 inzet, moet een raise ook minimaal 5 zijn.
Straddle — Alleen toegestaan in sommige pokerrooms. Een straddle is een extra blind die geplaatst wordt door de speler die links van de big blind zit nog voordat de kaarten worden gedeeld, en is twee keer de big blind. Wanneer een speler de straddle inzet, moet elke speler die mee wil doen in de pot deze dubbele bet callen of raisen. De speler die de straddle heeft ingezet is als laatste aan de beurt in de eerste inzetronde en mag wanneer hij aan de beurt is ook raisen als het betten nog niet is gecapped.
String Bet — Bijna in elke pokerroom ter wereld tegen de huisregels. Een stringbet is wanneer een speler callt en dan nog raist, ‘Ik call en raise’ of wanneer een speler genoeg chips inzet om te callen, maar dan ook meer chips pakt om te raisen, zonder dit van te voren kenbaar te maken. Wanneer het spelers is toegestaan om een stringbet te plaatsen, kan het gebruikt worden om de reacties te zien van de spelers en aan de hand daarvan te beslissen of er wel of niet geraised moet worden of hoeveel er geraised moet worden.
Structured — De term wordt gebruikt om bijna alle limit-pokervarianten te omschrijven. Een 2/4 limit Texas Hold’em spel is ‘structured’ omdat de small blind 1 is en de big blind 2 is. Alle bets in de eerste twee ronden zijn 2 en alle bets in de laatste twee ronden zijn 4.
Suited — Wanneer twee of meer kaarten hetzelfde symbool hebben, zoals harten of klaveren, dan zijn ze ‘suited.’ Voornamelijk gebruikt om een starthand te omschrijven, wanneer je bijvoorbeeld een ruiten aas en een ruiten boer hebt, dan zijn ze ‘suited’. Kan ook worden gebruikt om de flop of een gedeelte van de flop te omschrijven. ‘De flop was suited met schoppen’ of ‘De flop had een suited koning en vrouw.’
Deze woordenlijst is afkomstig uit ‘Winning Low Limit Hold'em’ van Lee Jones







