Pokertermen V
A-B | C-D | E-I | J-O | P-R | S | T-Z
Pay Off — Afbetalen. Een bet callen, bijna altijd op de river, als het erop lijkt dat je verslagen bent, maar de pot groot genoeg is om toch een call te kunnen rechtvaardigen. Bijvoorbeeld, 'Hij speelde alsof hij een flush had, maar er zat zoveel in de pot dat ik hem wel af moest betalen met mijn set.'
Play the Board — Wanneer er bij Texas Hold’em vijf kaarten op tafel liggen die een betere hand maken dan dat jij kan maken met één of beide van je hole cards, dan speel je het board. Dit is normaal gesproken een erg zwakke hand en zal in dit geval zelden de pot winnen. Het beste wat je kunt hopen is een split pot. In een Omaha of een Omaha High/low split-spel kun je het board niet spelen omdat je verplicht bent twee hole cards te gebruiken om een hand te maken.
Pocket — De kaarten in je hand, de ‘hole cards’, worden ook wel pocket cards genoemd. Bijvoorbeeld, als je twee achten in je hand hebt, heb je pocket achten.
Pocket Pair — Twee kaarten van de zelfde waarde in je hand, zoals twee azen of twee vrouwen. ‘Ik had een pocket pair, maar moest hem na de flop folden.’
Post — Een small of big blind inzetten. ‘Ik plaatste mijn blind’. Ook de naam van de verplichte inzet in sommige pokerrooms wanneer je aan een tafel gaat zitten. De meeste rooms zullen toestaan om te wachten op de big blind om een blind te plaatsen.
Pot-Limit — Een vorm van poker die het meest gebruikt wordt bij Texas Hold’em en Omaha, waarbij bets en raises geplaatst kunnen worden tot aan het bedrag wat er reeds in de pot zit. In het geval van een raise, kan het bedrag worden geraised van wat er op dat moment in de pot zit plus het bedrag wat er nodig is om de bet te callen. Bijvoorbeeld, als er tien dollar in de pot zit en een tegenstander bet tien dollar, dan mag jij met dertig dollar raisen: de tien die al in de pot zat, plus de tien die je tegenstander inzette, plus de tien voor te callen. In dit geval moet je dan veertig dollar in de pot doen: jouw tien voor de call en dertig voor de raise.
Pot Odds — Het bedrag wat je mogelijk kunt winnen wanneer je de hand wint in verhouding met het bedrag wat je moet callen om in de hand te blijven. Wanneer pot-odds tegelijk gebruikt worden met jouw eigen odds om een bepaalde hand te krijgen, kun je accurate beslissingen maken of het rendabel is om in de hand te blijven. Bijvoorbeeld, als je vier kaarten hebt voor een flush en je denkt dat je de hand wint als je de flush maakt, en je moet 5 dollar callen om een pot van twintig dollar te winnen, dan geeft de pot jouw odds van vier tegen één. Als jouw odds om de flush te maken beter zijn dan vier tegen één, dan moet je callen. Vergeet niet om bets in te calculeren die je nog moet callen op de river of die je kunt krijgen op de river bij het bepalen van je odds.
Price — Het bedrag wat de pot je biedt, normaal gesproken in combinatie met pot-odds, om in een hand te blijven. ‘Ik kreeg de goede prijs om te drawen naar mijn flush.’
Protect — Je hole cards afschermen wanneer je naar ze kijkt zodat je tegenstanders ze niet kunnen zien, of een bet plaatsen zodat je tegenstander moet betalen om te drawen naar een hand die beter is dan die van jou. Bijvoorbeeld, als jij two pair hebt, en er liggen twee kaarten voor een flush op tafel, kun je betten om je hand te beschermen, zodat je tegenstanders een bet moeten callen om naar hun flush te drawen. Ook: het plaatsen van een chip of klein voorwerp op je kaarten zodat de dealer het nog niet als een ‘fold’ ziet.
Quads — Vier dezelfde kaarten van dezelfde waarde, zoals vier vrouwen of vier zevens (four of a kind).
Ragged — Refererend aan de gemeenschappelijke kaarten, gewoonlijk op de flop. ‘Ragged’ betekent dat de kaarten op geen enkele manier aansluiten zodat er geen mogelijkheden liggen voor een straight, een straight draw, een flush of een flush draw. Bijvoorbeeld, een flop met drie verschillende symbolen, ook wel een rainbow flop genoemd, met de kaarten twee, zeven, vrouw. ‘Het was een ragged flop, dus ik hoopte door het betten met mijn paar tienen de pot op te pakken.’
Rainbow — Een term die gebruikt wordt om de flop te omschrijven. Een rainbow flop betekent dat er drie kaarten met verschillende symbolen op tafel liggen. Het kan ook refereren aan de eerste vier kaarten die op tafel liggen wanneer ze alle vier van een ander symbool zijn.
Raise — Het plaatsen van een bet nadat een tegenstander of tegenstanders al een bet hebben gemaakt. De bet moet minimaal gelijk zijn aan de vorige bet. Bijvoorbeeld, in een No Limit Texas Hold’em spel bet je tegenstander 100, jij moet dan minimaal 100 raisen voor een totale bet van 200 (100 voor de call en 100 voor de raise) om te kunnen raisen. Je kunt geen 50 raisen in het bovenstaande voorbeeld. Het openen van het betten in een ronde wordt niet gezien als raisen, dat is gewoon ‘betting’.
Rake — Een hoeveelheid geld dat door de dealer uit elke pot gehaald wordt als ‘fee’ (bijdragen) voor het organiseren van het pokerspel. Sommige pokerrooms berekenen geen rake per pot, maar verkrijgen inkomsten uit fee’s die gebaseerd zijn op de tijd die een speler aan tafel heeft gezeten, normaliter is dit per half uur of per uur. Dit wordt ‘seat charge’ of ‘time’ genoemd. De rake varieert per pokerroom, maar is gewoonlijk tussen de drie en vijf procent van de totale pot. Frequente spelers moeten op hun hoede zijn voor de rake, omdat het op lange termijn effect heeft op je rendabiliteit aan de pokertafel.
Rank — De numerieke waarde van een kaart in het deck. Een aas is hoger dan een koning, welke weer hoger is dan een vrouw, etc. Wanneer er gesproken wordt over twee of meer kaarten van de zelfde rank (rang/waarde), betekent het twee of meer dezelfde kaarten. Bijvoorbeeld, twee koningen zijn van dezelfde rank.
Represent — Een bet of raise plaatsen waarbij het lijkt dat je een bepaalde hand wel of niet hebt. Bijvoorbeeld, als er een derde kaart met hetzelfde symbool valt, kun je een grote bet maken om de flush te presenteren, ongeacht of je hem hebt of niet.
Ring Game — Elk pokerspel dat geen toernooispel is, wordt gewoonlijk aangegeven als ringgame. In een ringgame kunnen spelers chips bijkopen tussen de handen door. Een ring game gaat ook net zolang door als de spelers zelf willen, in tegenstelling tot een toernooispel.
River — De laatste gemeenschappelijke kaart op tafel in Texas Hold’em en Omaha. Wordt ook ‘fifth street’ genoemd. Vaak gehoord in de omschrijving van een hand zoals: ‘Ik kreeg mijn vijfde schoppen op de river voor een flush.’
Rock — Een term om een speler te omschrijven die erg tight (strak) speelt voor de flop, en een erg groot percentage handen foldt. Een rock zal alleen met de pot meedoen met een sterke hand. Wees er dus bewust van welke spelers de rocks zijn aan tafel, omdat je een erg sterke hand nodig hebt als zij er ook in zitten. Ook is het erg waarschijnlijk dat als een rock bet op de river, hij een erg goede hand heeft.
Runner — Vaak gebruikt als runner-runner. Dit betekent dat je de benodigde kaarten krijgt op de turn en river om je draw te maken. Bijvoorbeeld, ‘ze hitte haar runner-runner klaveren voor haar flush, zodat zij mijn straight versloeg.’
Deze woordenlijst is afkomstig uit ‘Winning Low Limit Hold'em’ van Lee Jones







