Pokertermen IV
A-B | C-D | E-I | J-O | P-R | S | T-Z
Jackpot — Een speciale beloning voor bepaalde handen. Niet alle pokerrooms hebben een jackpot, lees hiervoor de huisregels van de pokerroom waar je speelt. Het geld wat er in de jackpot zit wordt normaal gesproken extra ingehouden bovenop de rake van elke pot. Er zijn verschillende soorten jackpots, waaronder een badbeat-jackpot voor als een speler met een bepaalde sterke hand wordt verslagen of een jackpot voor de hoogste hand, die de speler in ontvangst mag nemen die die dag de hoogste hand heeft gemaakt.
Kicker — De tweede kaart in je hand die je moet gebruiken om jouw hand te maken in combinatie met het board. Jouw kicker wordt vergeleken met de kicker van je tegenstander als jullie allebei dezelfde hand hebben: de pot gaat dan naar de speler met de hoogste kicker, behalve wanneer jullie allebei vijf identieke kaarten hebben. Bijvoorbeeld, wanneer jij en je tegenstander beide een aas hebben en er ligt een aas op tafel, dan krijgt de speler met de hoogste bijkaart (kicker) de pot. Wanneer de ene speler aas-drie heeft en de andere speler aas-twee en op tafel ligt aas, vrouw, tien, acht en zes, dan verdelen de spelers de pot omdat ze beide vijf identieke kaarten hebben en dus de bijkaarten niet van toepassing zijn.
Live Blind — Een gedwongen bet die ingezet moet worden voordat de kaarten gedeeld zijn, voornamelijk door de eerste twee spelers die links van de dealerbutton zitten. ‘Live’ betekent dat de spelers die een blind hebben ingezet nog steeds de mogelijkheid hebben om te raisen wanneer zij aan de beurt zijn.
Made Hand — Een complete hand, of een hand die goed genoeg zou moeten zijn om in de meeste gevallen te winnen. Bijvoorbeeld, als je een flush maakt op de turn, heb je een ‘made hand’.
Maniac — Een speler die raist en bet op een ongecontroleerde manier, vaak met een totaal gebrek aan respect voor z’n eigen hand en de tegenstander. Een echte maniac (maniak) is een slechte speler en heeft grote ‘swings’ in zijn winsten en verliezen voordat ze hun hele stack verliezen. Kijk uit voor een solide speler die doet alsof hij een maniac is: het kan zijn dat hij een val voor je opzet.
Muck — Je hand weggooien, of de plek waar de kaarten liggen die niet meer meedoen in het spel. ‘Ik muckte mijn hand nadat er een tweede koning op tafel kwam’ of ‘toen de hand de muck raakte, was hij dood.’
No-Limit — Een vorm van poker, meestal Texas Hold’em, waarbij een speler tot al z’n chips in mag zetten die hij op tafel heeft liggen.
Nuts — Een term die de best mogelijk hand aanduidt. Bijvoorbeeld, een aas-hoge flush op een board wat niet gepaard is en zonder de mogelijkheid op een straight flush, is de nuts of de nut-flush. ‘Ik had de nuts op de turn, maar de river gaf mijn tegenstander de nuts.’
Offsuit — Twee kaarten die niet van hetzelfde symbool zijn worden ‘offsuit’ genoemd. Vaak bedoeld om de hole cards van een speler aan te geven. Bijvoorbeeld, een zeven en een twee die niet het zelfde symbool hebben, wordt zeven-twee offsuit genoemd.
One-Gap — Twee kaarten met één rang er tussen in, zoals negen-zeven of aas-vrouw. Vaak gecombineerd met het woord ‘connector’, als in one-gap connector of een suited one-gap connector als de twee kaarten hetzelfde symbool hebben.
Open-Ended Straight Draw — Het hebben van vier kaarten voor een straat zonder tussenliggende gaten en met minimaal nog één kaart op komst, wordt een open-ended straight draw genoemd. Ookwel ‘vier voor een straat’. Bijvoorbeeld, vrouw, boer, tien, negen is een open-ended straight draw. Wanneer er een tussenliggende kaart nodig is, heet dit een gutshot straight draw. Een andere straight draw is een dubbele gutshot straight draw, en is hetzelfde als een open-ended straight draw als het om het bepalen van de pot-odds gaat. Een voorbeeld van een dubbele gutshot straight draw is drie, vier, zes, zeven en negen. Een vier of een acht zal hier een straat maken.
Out — Een kaart die kan komen op de turn en/of de river om je hand te laten verbeteren naar de winnende hand wordt ook wel een ‘out’ genoemd. Bijvoorbeeld, als je vier kaarten hebt voor een flush, dan heb je negen ‘outs’ om je hand te verbeteren naar de flush. ‘Ik had twaalf outs op de river, maar dat was een nietszeggende kaart (blank) en gooide mij uit het toernooi.’
Outrun — Een speler met een drawing hand krijgt de kaart die hij nodig heeft om te winnen, en kan zo zijn tegenstander outrunnen. ‘Haar flushdraw outrunde mijn set drieën’.
Overcall — Een bet callen nadat één of meerdere spelers al hebben gecalld.
Overcard — Als je een kaart hebt die hoger is dan elke andere kaart op tafel, meestal wanneer alleen de flop nog maar op tafel ligt, dan heb je een ‘overcard’. Bijvoorbeeld, als je een aas en een vier hebt, en de flop is boer, tien, zes, dan heb je één overcard. Als je een koning en een vrouw hebt en op tafel liggen een tien, acht en een drie, dan heb je twee overcards.
Overpair — Wanneer je een pocketpaar hebt dat hoger is dan elke kaart op tafel. Bijvoorbeeld, als je een paar tienen hebt en op tafel liggen een acht, een zes en een drie, dan heb je een overpair.
Deze woordenlijst is afkomstig uit ‘Winning Low Limit Hold'em’ van Lee Jones






