Play Poker - Download Now

Pokertermene II

A-B | C-D | E-I | J-O | P-R | S | T-Z

Call (of Zien) - Een bedrag dat de meest recente bet of raise evenaart in de pot doen zonder te raisen, bijvoorbeeld ‘ik call’, of ‘ik call jouw bet’. De term 'zien' (zoals in 'ik wil die bet zien') is tevens een gangbare term.

Calling Station - Een ietwat denigrerende term, maar een ‘calling station’ is een speler die zelden bet of raiset, maar die meer bets callt dan hij zou moeten, waarbij hij vaak voor grote bets slechte handen speelt, zoals een ‘inside straight draw’, zelfs als de pot-odds dat niet toelaten. De term wordt dan ook vaak geassocieerd met zwak-passieve spelers.

Cap - Als een speler de laatst mogelijke raise plaatst in een limit-spel, wordt dat de ‘cap’ genoemd. Vaak gebruikt als ‘zij capte het betten’ of ‘het betten was gecapped op de flop en op de turn’. De cap varieert per pokerroom, maar is meestal de derde of vierde raise in een inzetronde. Let op dat er in sommige pokerrooms geen cap is op het betten als de actie nog slechts tussen twee spelers gaat die zijn overgebleven in een pot (heads-up).

Case - De vierde en laatste kaart van een bepaalde soort in het deck. Bijvoorbeeld, als je drie zevens hebt en de vierde zeven valt op de River, wordt dat ‘case seven’ genoemd.

Center Pot of Main Pot - Het deel van de totale pot wat elke resterende speler in de hand nog kan winnen. Meestal is dit de gehele pot, maar als er een speler all-in is terwijl de andere spelers nog bets plaatsen, is het deel van de pot dat de speler die all-in is kan winnen de ‘center’ of ‘main pot’. Overige bets worden geplaatst in een sidepot.

Checken - Als je nog steeds in een hand zit en het is jouw beurt, kun je, als er nog geen bets voor je zijn geweest, passen of ‘checken’ naar de volgende speler zonder een bet te plaatsen. Door te checken, kun je toekomstige bets altijd nog callen of raisen in dezelfde inzetronde. ‘Check’ is ook spreektaal voor een casinochip.

Check-Raise - Als een speler eerst checkt in een ronde en dan raiset nadat een tegenstander een bet heeft geplaatst. Hoewel check-raisen in de meeste pokerrooms wordt geaccepteerd en legaal is, zijn er een paar rooms waar dit tegen de huisregels is. Het is altijd een goed idee om de huisregels te bekijken voordat je in een pokerspel gaat spelen. De check-raise is tevens een zeer goede play, waarmee je veel sterkte toont aan de pokertafel.

Cold Call - Als je een dubbele bet callt, of een bet en een raise voor jou, wordt dat een ‘cold call’ genoemd. Een ander voorbeeld is wanneer er een raise is voor de flop voordat jij aan de beurt was. Als je callt, dan ‘cold call’ je de big blind plus de raise. Dit is alleen van belang bij limit-varianten.

Come Hand - Een andere benaming voor een ‘drawing hand’. Bijvoorbeeld, als je de pot inkomt met een zes en een zeven van dezelfde soort, zul je bijna altijd je hand moeten verbeteren om te winnen, dus is dit een ‘drawing hand’; of als je twee kaarten van dezelfde soort hebt en er komen twee kaarten op de flop van deze soort, zul je moeten hopen op een flush op de turn of river.

Community Cards (Gemeenschappelijke kaarten) - Kaarten die open op de pokertafel worden gedeeld, en kunnen worden gebruikt door alle overgebleven spelers in de hand om de best mogelijke hand te maken in combinatie met hun hole cards (gesloten kaarten). Bij Texas Hold’em en Omaha bestaan de community cards uit de flop, turn en river. Community cards worden ook wel ‘board’ genoemd.

Complete Hand - Een hand die alle vijf kaarten nodig heeft en/of niet kan verbeteren, zoals een straight flush, four of a kind, full house, flush of straight.

Connector - Meestal gebruikt wanneer er gesproken wordt over een starthand bij Texas Hold’em. Een connector is een hand waar de twee kaarten opeenvolgend zijn in waarde, zoals een boer en een tien, of een drie en een vier. Als de term ‘suited’ connector wordt gebruikt, zijn de twee kaarten tevens van dezelfde soort. Kan ook gebruikt worden in termen van een ‘one-gap’ of een ‘two-gap’ connector. Dit betekent simpelweg dat er één of twee kaarten, ‘gaps’ (gaten) tussen de twee kaarten zitten. Bijvoorbeeld, een zes en een acht is een ‘one-gap’ connector terwijl een zes en een negen een ‘two-gap’ connector is. Veel pokerpuristen zullen een hand met een ‘gap’ niet erkennen als een connector, maar de term wordt toch vaak gebruikt.

Counterfeit - Meestal gebruikt in een Omaha high/low split variant, als er een kaart op het board komt die je hand of minder waard of waardeloos maakt door te matchen met één van de kaarten uit je hand. Als je in een Omaha high/low split variant een aas en een twee hebt, met een drie, vijf en zeven op het board, heb je de best mogelijke low-hand. Als de turn of een river een twee is, wordt je hand vaak ‘gecounterfeit’ omdat je niet meer de best mogelijke low-hand hebt. Dit gebeurt ook in een Texas Hold’em variant als je hand hebt zoals acht-negen, en de flop is T-J-Q. Als de turn een negen is, geeft dit je tegenstander veelal een hogere straat, wat jouw hand ‘counterfeit’.

Crack - Als een starthand, die favoriet is om te winnen, verliest, meestal refererend aan een pocket pair. Bijvoorbeeld, ‘mijn pocket azen zijn in het afgelopen uur twee keer gecrackt (gekraakt)’, of ‘Ik crackte (kraakte) haar heren met een flush’.

Cripple - Vaak gebruikt in de zin ‘het deck crippelen’; als je alle of de meeste kaarten nodig hebt om een sterke hand te maken in combinatie met het board, wordt er gezegd dat het ‘deck gecrippled is’. Bijvoorbeeld, als je pocket vrouwen hebt en de andere twee vrouwen verschijnen op de flop, heb je het deck ‘gecrippled’.

Dealer - De persoon die kaarten deelt, maar ook de persoon die de button heeft en het laatst aan de beurt is in elke inzetronde, met uitzondering van de eerste ronde.

Dog - Een andere term voor ‘underdog’. Een ‘dog’ is een hand of een speler die niet favoriet is om een bepaalde hand te winnen. Als je bijvoorbeeld aas-vrouw hebt, ben je een dog tegen aas-koning.

Dominated Hand - Een dominated hand (gedomineerde hand) is er één waarvan je tegenstander een veel sterkere heeft, bestaande uit één kaart die van dezelfde waarde is als één van jouw kaarten, en een andere kaart die hoger is dan jouw andere kaart. Vaak moet je in deze situatie één van de drie resterende kaarten uit het deck hitten die met je tweede kaart matcht om te winnen.

Draw - Een die verbetering nodig heeft om te winnen, of het hopen op een betere hand. ‘Hij had een inside straight draw’, of ‘De pot gaf me goede odds dus ik kon drawen naar de straight’.

Draw Dead - Als je nog steeds in een hand zit waar je geen kans meer hebt om te winnen. Bijvoorbeeld, als een tegenstander een full house heeft gemaakt en jij drawt naar een flush, ben je ‘drawing dead’ omdat zelfs áls je een flush maakt je niet zult winnen (tenzij je drawt naar een straight flush natuurlijk, in dat geval ben je nog niet ‘drawing dead’).


Deze woordenlijst is afkomstig uit ‘Winning Low Limit Hold'em’ van Lee Jones


A-B | C-D | E-I | J-O | P-R | S | T-Z | Terug naar boven
Texas Hold’em|Omaha|Omaha Hi-Lo|Stud|Stud Hi-Lo|Draw|2-7 Triple Draw|2-7 Single Draw|HORSE|Razz|8-Game Mix|Badugi